From fr.wiktionary.org:
** [af]
*** [étymologie]
[af]
*** [nom]
GROND [af]
1. Sol , terre . 2. * [lang=af]
**** [synonymes]
- aarde
*** [prononciation]
- [Afrique du Sud]
** [nl]
*** [étymologie]
[nl]
*** [nom]
[n.s=grond] GROND [ɣɾond] [m]
1. Sol , terre (ce qui est sous nos pieds). 2. Terrain . 3. Fond , fondement .
**** [dérivés]
[(]
- achtergrond - afgrond - alkaligrond - ankergrond - begane grond - beroepsgrond - beweeggrond - bewijsgrond - binnengrond - bladgrond - bosgrond - bouwgrond - bovengrond - brikgrond - broekgrond - broodgrond - buitengrond - cultuurgrond - dalgrond - dekgrond - eerdgrond - eigendomsgrond - enkeerdgrond - etsgrond - geboortegrond - geestgrond - gegrond - gifgrond - giftgrond - grasgrond - grindgrond - groengrond - grondaanwinning - grondachtig - grondader - grondangel - grondartikel - grondbalans - grondbalk - grondbank - grondbedekking - grondbedrijf - grondbeeld - grondbegin - grondbeginsel - grondbegrip - grondbelasting - grondbeleid - grondbetekenis - grondbezit - grondbezitter - grondbezitting - grondboek - grondboor - grondboring - grondbraak - grondbrief - grondcijns - gronddekking - gronddenkbeeld - gronddienst - gronddraad - gronddruk - grondduiker - grondeekhoorn - grondeenheid - grondeigenaar - grondeigendom - grondeling - grondeloos - gronden - gronder - gronderig - grondexploitatie - grondfrees - grondgat - grondgebied - grondgedachte - grondgesteldheid - grondgetal - grondgewas - grondgolf - grondhaai - grondheel - grondheer - grondheerlijkheid - grondhorig - grondhouding - grondhout - grondhouw - grondhuur - grondig - grondijs - gronding - grondkaart - grondkamer - grondkapitaal - grondkerend - grondkering - grondkleur - grondkorjaal - grondkracht - grondkrediet - grondlaag - grondlak - grondlasten - grondlegger - grondlegging - grondlijn - grondmarkt - grondmassa - grondmechanica - grondmist - grondmonster - grondmorene - grondmuur - grondnoot - grondoefening - grondoffensief - grondoorlog - grondoorzaak - grondorchidee - grondpaal - grondpacht - grondpapier - grondpersoneel - grondpilaar - grondplaat - grondplan - grondpolitiek - grondpomp - grondprincipe - grondpunt - grondrecht - grondregel - grondreiniging - grondrente - grondroerder - grondroeren - grondschaaf - grondscharing - grondscheiding - grondschoot - grondschot - grondschuiver - grondslag - grondsloof - grondsnelheid - grondsoort - grondsop - grondspecie - grondspeculant - grondspecht - grondspeling - grondstaal - grondstation - grondsteen - grondstelling - grondstem - grondster - grondsteward - grondstewardess - grondstof - grondstofwisseling - grondstroom - grondstuk - grondtaal - grondtakel - grondtal - grondtalie - grondtekening - grondtekst - grondtoestand - grondtoon - grondtrek - grondtroepen - grondvast - grondverbetering - grondverf - grondvergadering - grondverklikker - grondverven - grondverzet - grondvest - grondvesten - grondvlak - grondvorm - grondvreter - grondwaarheid - grondwater - grondwerk - grondwerker - grondwerktuigkundige - grondwet - grondwetgever - grondwettelijk - grondwettig - grondwoeler - grondwoord - grondwortel - grondzee - grondzeep - grondzeil - grondzeiler - grondzuil - grondzwaai - haringgrond - hartgrondig - heidegrond - houtgrond - humusgrond - jachtgrond - kalkgrond - kleefgrond - kleigrond - komgrond - kostgrond - krijtgrond - kweekgrond - laag-bij-de-gronds - landbouwgrond - landsgrond - leemgrond - mientgrond - moesgrond - molmgrond - mulgrond - natuurgrond - oergrond - ondergrond - ondergronds - plattegrond - podsolgrond - potgrond - rechtsgrond - rechtvaardigingsgrond - rotsgrond - schijngrond - schulduitsluitingsgrond - slijkgrond - steekgrond - steengrond - stekgrond - strafuitsluitingsgrond - teelgrond - troostgrond - tuingrond - vaaggrond - vadergrond - veengrond - verschoningsgrond - visgrond - voorgrond - vrijmansgrond - weidegrond - zandgrond - zavelgrond [)]
*** [verbe]
GROND [nl]
1. _Première personne du singulier du présent de_ gronden .
*** [taux de reconnaissance]
[100,0]
*** [prononciation]
- [Pays-Bas < !--(Région)-->] - [lang=nl]
*** [références]
[Références]
** [rm]
*** [étymologie]
Forme et orthographe du dialecte surmeiran.
*** [adjectif]
GROND [rm] [m]
1. Grand .