From French-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.2: ranger /rãʒe/ 1. inschakelen, opstellen 2. inrichten, regelen, ruimen, opruimen, schikken, terechtbrengen
ranger /rãʒe/ 1. inschakelen, opstellen 2. inrichten, regelen, ruimen, opruimen, schikken, terechtbrengen