From English-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.2: worry /wʌriː/ 1. bezorgd zijn, zich bekommeren, zorg dragen, zorgen 2. bedroeven, ergeren, grieven, verdriet doen, verdrieten
worry /wʌriː/ 1. bezorgd zijn, zich bekommeren, zorg dragen, zorgen 2. bedroeven, ergeren, grieven, verdriet doen, verdrieten