From English-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.2: settle /setl/ 1. afdoen, afhandelen, afwikkelen 2. beslechten 3. afrekenen 4. afnemen, gaan liggen
settle /setl/ 1. afdoen, afhandelen, afwikkelen 2. beslechten 3. afrekenen 4. afnemen, gaan liggen