From English-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.2: scold /skould/ 1. manen, aanmanen, aansporen, vermanen, waarschuwen 2. afkeuren, berispen, gispen, laken, wraken 3. beknorren, terechtwijzen, verwijten 4. een standje geven, uitkafferen
scold /skould/ 1. manen, aanmanen, aansporen, vermanen, waarschuwen 2. afkeuren, berispen, gispen, laken, wraken 3. beknorren, terechtwijzen, verwijten 4. een standje geven, uitkafferen