From English-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.2: save /seiv/ 1. behoeden, bewaren voor 2. behouden, bergen, redden 3. bezuinigen, sparen, besparen, uitsparen, uitwinnen, uitzuinigen
save /seiv/ 1. behoeden, bewaren voor 2. behouden, bergen, redden 3. bezuinigen, sparen, besparen, uitsparen, uitwinnen, uitzuinigen