From English-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.2: require /rikwaiər/ 1. hoeven, behoeven, moeten, nodig hebben 2. eisen, opeisen, rekenen, vereisen, vergen, voorschrijven, vorderen
require /rikwaiər/ 1. hoeven, behoeven, moeten, nodig hebben 2. eisen, opeisen, rekenen, vereisen, vergen, voorschrijven, vorderen