From English-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.2: renounce /rinauns/ 1. afzien van 2. afzweren 3. afstand doen van, opgeven, uitvallen 4. afstappen van
renounce /rinauns/ 1. afzien van 2. afzweren 3. afstand doen van, opgeven, uitvallen 4. afstappen van