From English-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.2: reason /riːzn/ 1. oorzaak, reden 2. beweegreden, drijfveer, motief, term 3. rede, verstand
reason /riːzn/ 1. oorzaak, reden 2. beweegreden, drijfveer, motief, term 3. rede, verstand