From English-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.2: part /pɑːt/ 1. bestanddeel, ingrediënt 2. component 3. deel, gedeelte, onderdeel, Part, stuk 4. rol
part /pɑːt/ 1. bestanddeel, ingrediënt 2. component 3. deel, gedeelte, onderdeel, Part, stuk 4. rol