From English-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.2: over‐ /ˈəʊvə/ over‐
over‐ /ˈəʊvə/ over‐
From English-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.2: over /ouvər/ 1. afgelopen, afgewerkt, beëindigd, klaar 2. boven, meer dan, over, ruim 3. aan
over /ouvər/ 1. afgelopen, afgewerkt, beëindigd, klaar 2. boven, meer dan, over, ruim 3. aan