From English-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.2: need /niːd/ 1. hoeven, behoeven, moeten, nodig hebben 2. behoefte, nood 3. behoeftigheid, pauperisme
need /niːd/ 1. hoeven, behoeven, moeten, nodig hebben 2. behoefte, nood 3. behoeftigheid, pauperisme