From English-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.2: near /niər/ 1. aan, bij, dichtbij, naast, nabij 2. aanstaand, eerstvolgend, komend 3. in de buurt van
near /niər/ 1. aan, bij, dichtbij, naast, nabij 2. aanstaand, eerstvolgend, komend 3. in de buurt van