From English-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.2: melt /melt/ 1. dooien, ontdooien, wegsmelten 2. smelten, doen smelten, versmelten, vloeibaar maken 3. doorbranden, vloeibaar worden
melt /melt/ 1. dooien, ontdooien, wegsmelten 2. smelten, doen smelten, versmelten, vloeibaar maken 3. doorbranden, vloeibaar worden