From English-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.2:
light /lait/ 1. aanmaken, aansteken, doen ontbranden, ontsteken, stoken 2. het licht aandoen, het licht aansteken 3. hel, helder, klaar, licht 4. lichtend 5. belichten, verlichten, voorlichten 6. schijn, schijnsel 7. zwak