From German-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.1.5: werden /vˈɛɾdən/ 1. worden 2. ontstaan, opkomen 3. gebeuren, toegaan, voortgang hebben 4. raken
werden /vˈɛɾdən/ 1. worden 2. ontstaan, opkomen 3. gebeuren, toegaan, voortgang hebben 4. raken