From German-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.1.5: Trift /tɾˈɪft/ 1. kudde, levende have, vee, veestapel 2. beemd, wei, weide, weidegrond, weiland
Trift /tɾˈɪft/ 1. kudde, levende have, vee, veestapel 2. beemd, wei, weide, weidegrond, weiland