From German-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.1.5: Stille /ʃtˈɪlə/ 1. rust, stilte, stilzwijgen 2. kalmte, gerustheid, rustigheid, vredigheid
Stille /ʃtˈɪlə/ 1. rust, stilte, stilzwijgen 2. kalmte, gerustheid, rustigheid, vredigheid