From German-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.1.5: Reich /rˈaɪç/ rijk, staat
Reich /rˈaɪç/ rijk, staat
From German-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.1.5: reich /rˈaɪç/ gefortuneerd, rijk, vermogend
reich /rˈaɪç/ gefortuneerd, rijk, vermogend