From German-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.1.5: hinten /hˈɪntən/ 1. achter, aan de achterkant, achteraan, achterin 2. achteraf, daarna, dan, naderhand, vervolgens
hinten /hˈɪntən/ 1. achter, aan de achterkant, achteraan, achterin 2. achteraf, daarna, dan, naderhand, vervolgens