From German-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.1.5: gegen /ɡˈeːɡən/ 1. jegens, met, tegen, tegenaan, tegenover, versus 2. daaromheen, eromheen, in het rond, ongeveer, rondom
gegen /ɡˈeːɡən/ 1. jegens, met, tegen, tegenaan, tegenover, versus 2. daaromheen, eromheen, in het rond, ongeveer, rondom