From German-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.1.5: Einer /ˈaɪnɜ/ eenheid
Einer /ˈaɪnɜ/ eenheid
From German-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.1.5: einer /ˈaɪnɜ/ een of ander, een of andere, enig, iemand
einer /ˈaɪnɜ/ een of ander, een of andere, enig, iemand