From German-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.1.5: anwerben /ˈanvˌɛɾbən/ 1. aannemen, aanwerven, huren, in dienst nemen, tewerkstellen 2. aanbrengen, werven
anwerben /ˈanvˌɛɾbən/ 1. aannemen, aanwerven, huren, in dienst nemen, tewerkstellen 2. aanbrengen, werven