From German-Dutch FreeDict Dictionary ver. 0.1.5: anstoßend /ˈanʃtˌoːsənt/ 1. aangrenzend, aanliggend, dichtbijgelegen, dichtbijzijnd 2. naburig
anstoßend /ˈanʃtˌoːsənt/ 1. aangrenzend, aanliggend, dichtbijgelegen, dichtbijzijnd 2. naburig